Erfelijk en Familiair Ovariumcarcinoom

Initiatief: IKNL Aantal modules: 51

Erfelijk en familiair ovariumcarcinoom - Rol van uterusextirpatie

Disclaimer 

In aanvulling op de gebruikersvoorwaarden, die in deze onverkort van toepassing zijn, geldt hetgeen hierna staat. Deze richtlijn is eerder geplaatst geweest op Oncoline en is vooruitlopend op het actualiseren ervan, nu in deze database opgenomen. De richtlijn zoals die nu is opgenomen voldoet nog niet aan alle kwaliteitseisen die aan publicatie in de Richtlijnendatabase worden gesteld en is daarom als PDF geplaatst. De richtlijn zal modulair worden geactualiseerd in nog volgende onderhoudsronden.

 

Zie het PDF-bestand 'Rol uterusextirpatie' in de bijlagen.

Onderbouwing

Er geen bewijs dat bij RRSO het verrichten van een hysterectomie bijdraagt aan de risicoreductie op ovariumcarcinoom.

Bij Lynch syndroom is hysterectomie in combinatie met RRSO effectief in preventie van gynaecologische maligniteit.
Schmeler 2006 (, 2006)

In sommige landen (Israël, Canada, Verenigde Staten) wordt bij vrouwen met een familiair verhoogd risico op ovariumcarcinoom naast een RRSO tevens een hysterectomie uitgevoerd [Leeper 2002 (, 2002)]. De argumentatie hiervoor is dat dat de mogelijkheid biedt tot oestrogeen-only hormonale substitutietherapie, met als voordeel dat de kans op mammacarcinoom iets lager is dan in combinatie met progestagenen [Leeper 2002 (, 2002)]. Er zijn geen oncologische argumenten voor het verrichten van een uterusextirpatie tijdens RRSO (of daarna). Hoewel hooggradig sereus carcinoom kan voorkomen in de uterus [Roelofsen 2012 (, 2012)], is er geen bewijs dat dit vaker het geval is bij BRCA1/2 mutatiedraagsters en ook niet dat een hysterectomie bijdraagt aan de risicoreductie op ovariumcarcinoom, meer dan een complete RRSO alleen. Ook zijn er geen aanwijzingen dat het in situ laten van de uterus leidt tot een grotere kans op endometriumcarcinoom in de jaren na RRSO [Reitsma 2012 (, 2013)]. Er zijn geen studies uitgevoerd waarbij de uitkomsten en lange-termijn follow-up worden vergeleken tussen BRCA1/2 vrouwen die een RRSO alleen en een RRSO met hysterectomie ondergingen.

Bij vrouwen met Lynch syndroom die in aanmerking willen komen voor preventieve chirurgie is het effectief om naast de RRSO de uterus te verwijderen (Schmeler 2006 (, 2006)).

  1. Leeper K, Garcia R, Swisher E, Goff B, Greer B, Paley P. Pathologic findings in prophylactic oophorectomy specimens in high-risk women. Gynecol Oncol. 2002 Oct;87(1):52-6.
  2. Roelofsen T, van Kempen LC, van der Laak JA, van Ham MA, Bulten J, Massuger LF. Concurrent Endometrial Intraepithelial Carcinoma (EIC) and Serous Ovarian Cancer: Can EIC Be Seen as the Precursor Lesion? Int J Gynecol Cancer. 2012 Mar;22(3):457-64.
  3. Reitsma W, de Bock GH, Oosterwijk JC, Bart J, Hollema H, Mourits MJ. Support of the 'fallopian tube hypothesis' in a prospective series of risk-reducing salpingo-oophorectomy specimens. Eur J Cancer. 2013 Jan;49(1):132-41.
  4. Schmeler KM, Lynch HT, Chen LM et al. Prophylactic surgery to reduce the risk of gynecologic cancers in the Lynch syndrome. N Engl J Med. 2006 Jan 19;354(3):261-9.

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld  :

Laatst geautoriseerd  : 15-06-2015

Geplande herbeoordeling  :

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Integraal Kankercentrum Nederland

Methode ontwikkeling

Evidence based

Volgende:
Erfelijk en familiair ovariumcarcinoom - Korte en langetermijneffecten na RRSO