Behandeling van handartrose

Initiatief: NVR Aantal modules: 13

Glucocorticoïden

Uitgangsvraag

Wat is de plaatsbepaling van glucocorticoïden bij handartrose?

Aanbeveling

Overweeg het kortdurend (enkele weken) inzetten van een lage dosering (≤10 mg/dag) glucocorticoïden, alleen bij patiënten met een inflammatoir beeld van de PIP en DIP gewrichten, voor verlichting van pijn en inflammatie.

Overwegingen

In de EULAR recomendations uit 2018 werden twee trials meegenomen die een lage dosering glucocorticoïden (GC) onderzochten bij handartrose (Kvien et al., 2008; Wenham et al., 2012). Deze trials kwamen tot wisselende conclusies over het kortdurend gebruik van GC in lage dosering. De studie van Kvien et al (2008) concludeerde dat het gebruik van GC effectief is in het verminderen van pijn en de studie van Wenham et al. (2012) concludeerde dat lage dosering GC geen effectief pijnmedicament is bij handartrose. In de studie van Kvien et al. (2008), werden patienten geïncludeerd met symptomatische inflammatoire handartrose. De behandelarm bestond uit 2 mg prednisolon in combinatie met dipyridamol (thrombocytenaggregatieremmer). In de studie van Wenham et al. (2012), werden patienten geïncludeerd met symptomatische handartrose volgens de ACR criteria (geen nadruk op inflammatie) en behandeld met 5 mg prednison. De populaties in deze twee studies waren niet vergelijkbaar, bovendien de duur en dosering van GC waren verschillend tussen de studies. Hierdoor konden de resultaten niet gepoold worden. In de EULAR recommendations wordt zodoende geconcludeerd dat er geen reden was om laag gedoseerde GC gedurende kortere periodes voor te schrijven aan patiënten met handartrose.

In de huidige update van de literatuur is één trial (low risk of bias) toegevoegd (Kroon et al. 2019). Kroon et al. (2019) laten in de HOPE studie zien dat een lage dosering prednisolon (10 mg/dag) (maar significant hogere dosering ten opzichte van de twee eerder uitgevoerde trials), gedurende een korte periode (6 weken) resulteert in een vermindering van pijn bij mensen met pijnlijke PIP of DIP gewrichten en synoviale inflammatie.

Secundaire uitkomsten lieten ook tekenen van verminderde inflammatie zien. In de HOPE studie is een selectieve populatie geïncludeerd; patiënten moesten 1) minimaal 4 DIP/PIP gewrichten met artrose noduli hebben, 2) ten minste 1 PIP/DIP gewricht met weke delen zwelling of roodheid, 3) ten minste 1 PIP/DIP gewricht met positief Doppler signaal of synoviale verdikking van tenminste graad 2 op echo en, 4) vingerpijn van ten minste 30 mm op een 100-mm visueel analoge schaal die opvlamde (verergering van pijn van ten minste 20 mm) tijdens een 48 uur NSAID washout. Ondanks dat de studie is uitgevoerd in een relatief kleine en selectieve populatie sterkt deze het bewijs voor de effectiviteit van GC bij een selecte groep patiënten met inflammatoire handartrose.

 

Veiligheidsaspecten zijn van belang bij de inzet van GC. Het gebruik van een hogere cumulatieve dosering GC is geassocieerd met een verhoogd risico op bijwerkingen zoals diabetes, osteoporose, cardiovasculaire ziekten en infecties (Strehl et al., 2016). Dit in acht nemend, en het nog beperkte aantal onderzoeken in de artrosepopulatie maakt dat de werkgroep adviseert GC alleen kortdurend voor een overbrugbare periode (enkele weken) in te zetten met een maximale dosering van 10mg/dag. Daarnaast is het van belang om bij de inzet van GC rekening te houden met het risicoprofiel van de patiënt (comorbiditeiten, risicofactoren voor complicaties) en het beleid af te stemmen met de patiënt.

 

De effectiviteit van GC bij mensen met handartrose is onderzocht in kleine studies met een selecte groep patienten. De werkgroep adviseert daarom GC alleen te overwegen bij patiënten met inflammatoire artrose (nodulaire artrose, inflammatie op basis van klinische beoordeling) van de PIP en DIP gewrichten die niet reageren op of contra-indicaties hebben voor topicale middelen of NSAID’s.

Het voorschrijven van orale glucocorticoiden voor handartrose is off label.

Onderbouwing

Glucocorticoïden (GC) hebben een anti-inflammatoire werking en remmen effectief structurele schade en functieverlies bij verschillende reumatische aandoeningen. Het (langdurig) gebruik van GC komt echter met een verhoogd risico op verschillende bijwerkingen; infecties, osteoporose en osteonecrose, diabetes, cataract, psychische reacties en gastro-intestinale en cardiovasculaire problematiek. Eerste onderzoeken over het gebruik van GC bij handartrose laten positieve effecten zien. Echter, aangezien het gebruik van GC bij handartrose nog in de kinderschoenen staat, is nauwkeurige afweging over de inzet er van erg belangrijk.

In this module, we first provide a summary of literature addressing glucocorticoid use in patients with hand OA as presented in the systematic review that informed the European Alliance of Associations for Rheumatology (EULAR) guideline for management of hand osteoarthritis (OA) (Kroon et al., 2018). Then we describe any new studies we found in the current update. Judgements about the risk of bias in this module are adopted from the systematic review (Kroon et al., 2018) and studies that were added in the update were judged following the same procedure (i.e. Cochrane tool (Higgins et al., 2011)). However, as level of evidence was not evaluated using the GRADE method, no GRADE conclusions are formulated in this module.

 

Results

First, we will describe the results of the EULAR review. Then we will describe any new studies or longer follow-up results we found in our current update.

 

EULAR

Short-term treatment with low-dose oral glucocorticoids were evaluated in two RCTs (low RoB). Six-week treatment with prednisolone/dipyridamole (3 mg/day) led to more improvement in pain (MD 12.3 (95% CI 3.0 to 21.5) on 100 mm VAS), at the cost of more withdrawals due to AEs (38% vs 15%), mostly due to headache (Kvien et al., 2008). In a trial of 4-week treatment with prednisolone 5 mg, however, no between-group differences were observed (eg, 100 mm VAS pain 19.9 mm in prednisolone vs 16.8 mm in placebo group) (Wenham et al., 2012). Results could not be combined due to clinical heterogeneity and remain inconclusive.

 

Current update

One RCT (low RoB) was found that displayed new evidence for the use of GCs in HOA (Kroon et al., 2019). In the HOPE (Hand Osteoarthritis Prednisolone Efficacy) study, a double-blind randomized placebo-controlled trial, short-term prednisolone (10 mg/day, 6-weeks) use was compared to placebo in 92 patients with painful HOA and synovial inflammation. A mean between-group difference (95% CI) of -16.5 (-26.1 to -6.9), p = 0.0007) at 6 weeks on VAS-reported finger pain, in favour of the intervention group was found.

 

Level of evidence of the literature

As evidence was adapted from the review of Kroon et al. (2018) (Kroon et al., 2018), and level of evidence was not evaluated using the GRADE method, no GRADE conclusions were formulated.

To answer the clinical question the 2018 update of the European Alliance of Associations for Rheumatology (EULAR) guideline for management of hand osteoarthritis (OA) was updated (Kloppenburg et al., 2019). In this module we refer to a systematic review that informed the EULAR recommendations for the management of hand OA (Kroon et al., 2018).

 

Relevant outcome measures

Efficacy outcomes were considered as proposed by the OMERACT core set for domains in clinical trials for hand OA (Kloppenburg et al., 2015). Main efficacy outcomes were pain (preferably measured on visual analogue scale (VAS), numerical rating scale (NRS), or a validated questionnaire, e.g., Australian/Canadian Hand Osteoarthritis Index (AUSCAN) or Michigan Hand Outcomes Questionnaire (MHQ)), hand function (validated questionnaire, e.g., Functional Index for Hand OsteoArthritis (FIHOA), AUSCAN or MHQ) and hand strength (grip or pinch strength). Additional efficacy outcomes that were considered included patient global assessment (VAS or NRS), health-related quality of life (Short-Form 36, EuroQoL), structural damage, hand mobility (Hand Mobility in Scleroderma test, modified Kapandji index, fingertip-to-palm-distance) and the number of participants fulfilling the OMERACT-OARSI responder criteria (Pham et al., 2004). The primary safety outcome was withdrawals due to adverse events (AEs). In addition, serious AEs and AEs broken up by bodily system (e.g., gastrointestinal, cardiovascular) were assessed in the included efficacy studies. Studies that did not assess any efficacy or safety outcomes were excluded.

 

Search and select (methods)

A systematic search was conducted in PubMed/MEDLINE, Embase and the Cochrane CENTRAL databases up to February 6th 2021. The detailed search strategy is depicted under the tab Methods.

 

Studies were selected based on the following selection criteria:

  • Participants: adults diagnosed with hand OA (other diagnoses were only eligible for inclusion if the results were presented separately for participants with hand OA)
  • Intervention:  glucocorticoids
  • Comparators: placebo, care-as-usual, any other non-pharmacological, pharmacological or surgical intervention, or the same intervention in a different dose, formulation, regimen or treatment duration
  • Outcomes: Pain, hand function, hand strength, patient global assessment, health-related quality of life, structural damage, hand mobility, number of participants fulfilling the OMERACT-OARSI responder criteria and safety outcomes
  • Study design: Cochrane systematic reviews, RCT, CCT, observational (to assess safety, but only if a comparator group was available and the number of participants per group was at least 50).

 

A total of 284 records were identified in the update search. Nine studies were initially selected based on title and abstract screening. After reading full texts, 8 studies were excluded (see the table with reasons for exclusion under the tab Methods), and one study was included in the literature analysis.

 

Results

One study addressing the use of GCs was included in the analysis of literature in addition to the 2 studies included in the EULAR recommendations. Important study characteristics and results are summarized in the evidence tables. The assessment of the risk of bias is summarized in the risk of bias tables.  Safety outcomes of studies included in the EULAR recommendations are presented in the online supplement of the informing systematic review (Kroon et al., 2018). The assessment of the risk of bias is summarized in the risk of bias table.

  1. Higgins, J. P., Altman, D. G., Gøtzsche, P. C., Jüni, P., Moher, D., Oxman, A. D., . . . Sterne, J. A. (2011). The Cochrane Collaboration's tool for assessing risk of bias in randomised trials. Bmj, 343, d5928. doi:10.1136/bmj.d5928
  2. Kloppenburg, M., Boyesen, P., Visser, A. W., Haugen, I. K., Boers, M., Boonen, A., . . . van der Heijde, D. M. (2015). Report from the OMERACT Hand Osteoarthritis Working Group: Set of Core Domains and Preliminary Set of Instruments for Use in Clinical Trials and Observational Studies. J Rheumatol, 42(11), 2190-2197. doi:10.3899/jrheum.141017
  3. Kloppenburg, M., Kroon, F. P., Blanco, F. J., Doherty, M., Dziedzic, K. S., Greibrokk, E., . . . Carmona, L. (2019). 2018 update of the EULAR recommendations for the management of hand osteoarthritis. Ann Rheum Dis, 78(1), 16-24. doi:10.1136/annrheumdis-2018-213826
  4. Kroon, F. P. B., Carmona, L., Schoones, J. W., & Kloppenburg, M. (2018). Efficacy and safety of non-pharmacological, pharmacological and surgical treatment for hand osteoarthritis: a systematic literature review informing the 2018 update of the EULAR recommendations for the management of hand osteoarthritis. RMD Open, 4(2), e000734. doi:10.1136/rmdopen-2018-000734
  5. Kroon, F. P. B., Kortekaas, M. C., Boonen, A., Böhringer, S., Reijnierse, M., Rosendaal, F. R., . . . Kloppenburg, M. (2019). Results of a 6-week treatment with 10 mg prednisolone in patients with hand osteoarthritis (HOPE): a double-blind, randomised, placebo-controlled trial. Lancet, 394(10213), 1993-2001. doi:10.1016/s0140-6736(19)32489-4
  6. Kvien, T. K., Fjeld, E., Slatkowsky-Christensen, B., Nichols, M., Zhang, Y., Proven, A., . . . Lessem, J. (2008). Efficacy and safety of a novel synergistic drug candidate, CRx-102, in hand osteoarthritis. Ann Rheum Dis, 67(7), 942-948. doi:10.1136/ard.2007.074401
  7. Pham, T., van der Heijde, D., Altman, R. D., Anderson, J. J., Bellamy, N., Hochberg, M., . . . Dougados, M. (2004). OMERACT-OARSI initiative: Osteoarthritis Research Society International set of responder criteria for osteoarthritis clinical trials revisited. Osteoarthritis Cartilage, 12(5), 389-399. doi:10.1016/j.joca.2004.02.001
  8. Strehl, C., Bijlsma, J. W., de Wit, M., Boers, M., Caeyers, N., Cutolo, M., . . . Buttgereit, F. (2016). Defining conditions where long-term glucocorticoid treatment has an acceptably low level of harm to facilitate implementation of existing recommendations: viewpoints from an EULAR task force. Ann Rheum Dis, 75(6), 952-957. doi:10.1136/annrheumdis-2015-208916
  9. Wenham, C. Y., Hensor, E. M., Grainger, A. J., Hodgson, R., Balamoody, S., Dore, C. J., . . . Conaghan, P. G. (2012). A randomized, double-blind, placebo-controlled trial of low-dose oral prednisolone for treating painful hand osteoarthritis. Rheumatology (Oxford), 51(12), 2286-2294. doi:10.1093/rheumatology/kes219

Evidence table for systematic review of RCTs and observational studies (intervention studies)

 

Research question: What is the effectiveness of glucocorticoids in patients with handosteoarthritis?

Study reference

Study characteristics

Patient characteristics

Intervention (I)

Comparison / control (C)

Follow-up

Outcome measures and effect size

Kroon, 2018

 

individual study characteristics deduced from Kroon, 2018

 

SLR and meta-analysis of RCTs

 

Literature search up to the 6th of June 2017

 

A: Kvien, 2008

B: Wenham, 2012

 

Study design:

A: RCT

B: RCT

 

Setting and Country: NR in SLR

 

Source of funding and conflicts of interest: NR in SLR

 

N [intervention/control]

A: 42/41

B: 35/35

 

Mean age (SD), yrs [intervention/control]

A: 61.1(5.0) / 59.6 (5.3)

B: 61.9 (6.6) / 61.1 (9.0)

 

Sex, % female [intervention/control]

A: 93 / 93

B: 74 / 89

 

OA location, definition

A: ACR, Rx KL>1

B: ACR, Rx KL>0

A: Prednisone 3 mg/day+dipyridamole 200 mg/Day, 6 weeks

B: Prednisone 5 mg/day, 4 weeks

 

 

A: placebo

B: placebo

 

End-point of follow-up:

4-6 weeks

 

For how many participants were no complete outcome data available?

(intervention/control)

NR in SLR

 

 

Outcome measures

A: AUSCAN pain

B: VAS pain

 

Effects sizes not reported

 

 

 

 

 

UPDATE

 

 

 

 

 

 

Kroon, 2019

Study design: RCT

 

Setting and country: LUMC, Leiden, Netherlands

 

Source of Source of funding and conflicts of interest: Dutch Arthritis Society; AB reports research grants from Celgene and AbbVie and honoraria for her participation on advisory boards for or speakers’ fees from Sandoz, Eli Lilly, and UCB, all paid to her department. MK reports research grants from the Dutch Arthritis Society, Pfizer, and the Innovative Medicines Initiative APPROACH project, consultancy fees from AbbVie, Pfizer, Levicept, GlaxoSmithKline, and Merck Serono, and royalty fees from UpToDate, all paid to her department, and she was the local investigator of an industry-driven trial (run by AbbVie). All other authors declare no competing interests.

Inclusion criteria:

  • patients were required to have four or more DIP/PIP joints with osteoarthritic nodes;
  • at least one DIP/PIP joint with soft swelling or erythema;
  • at least one DIP/PIP joint with a positive power Doppler signal (PDS) or synovial thickening of at least grade 2 on ultrasound;
  • and finger pain of at least 30 mm on a 100-mm visual analogue scale (VAS) that flared up during a 48-h NSAID washout (defined as worsening of finger pain by at least 20 mm on the VAS). In patients with NSAID contraindications, flare-ups were assessed by use of paracetamol.

 

Exclusion criteria

  • predominantly pain in thumb base rather than digital pain.
  • immune-modulating drug use 90 days or fewer before baseline
  • positive for rheumatoid factor or anti-cyclic citrullinated peptide antibodies
  • chronic inflammatory rheumatic diseases, psoriasis, uncontrolled serious comorbidities, cancers, or infectious diseases, among several other exclusion criteria.

 

N [intervention/control]

46 / 46

 

Mean age (SD), yrs [intervention/control]

62.2 (8.8) / 65.6 (8.5)

 

Sex, % female [intervention/control]

38 (83) / 35 (76)

 

OA location, definition

DIP/PIP, clinical en Rx diagnosis

 

Describe intervention:

Prednisolone 2 mL of 5 mg/mL solution / day, 6 weeks

 

 

 

 

Describe  control:

Placebo

 

 

Eind point of follow-up:

6 weeks

 

Loss-to-follow-up [intervention/control]:

2 / 4 (at 6 weeks)

 

 

Incomplete outcome data [intervention/control]:

3 /6

 

Outcome measures

VAS pain

 

Effect size

Adjusted mean between-group difference (95% CI): -16.4 (-26.0 to -6.9), p=0.0008 *

 

 

Values are mean (SD) or median (min-max).

ACR, American College of Rheumatology; AUSCAN, Australian/Canadian Hand Osteoarthritis Index; DIP, distal interphalangeal joint; NR, not reported; OA, osteoarthritis; PIP, proximal interphalangeal joint; RCT, randomised controlled trial; Rx, radiography; SLR, systematic literature review; VAS, visual analogue scale.

*In favour of the intervention group. †In favour of the control group.

 

 

Risk of Bias Tables

 

Table of quality assessment for systematic reviews of RCTs and observational studies

Based on AMSTAR checklist (Shea et al.; 2007, BMC Methodol 7: 10; doi:10.1186/1471-2288-7-10) and PRISMA checklist  (Moher et al 2009, PLoS Med 6: e1000097; doi:10.1371/journal.pmed1000097)

Study

 

 

 

 

First author, year

Appropriate and clearly focused question?1

 

 

 

Yes/no/unclear

Comprehensive and systematic literature search?2

 

 

 

Yes/no/unclear

Description of included and excluded studies?3

 

 

 

Yes/no/unclear

Description of relevant characteristics of included studies?4

 

 

Yes/no/unclear

Appropriate adjustment for potential confounders in observational studies?5

 

 

Yes/no/unclear/not applicable

Assessment of scientific quality of included studies?6

 

 

Yes/no/unclear

Enough similarities between studies to make combining them reasonable?7

 

Yes/no/unclear

Potential risk of publication bias taken into account?8

 

 

Yes/no/unclear

Potential conflicts of interest reported?9

 

 

 

Yes/no/unclear

Kroon, 2018

yes

 yes

yes

yes

  not applicable

yes

yes

no

 no

 

  1. Research question (PICO) and inclusion criteria should be appropriate and predefined
  2. Search period and strategy should be described; at least Medline searched; for pharmacological questions at least Medline + EMBASE searched
  3. Potentially relevant studies that are excluded at final selection (after reading the full text) should be referenced with reasons
  4. Characteristics of individual studies relevant to research question (PICO), including potential confounders, should be reported
  5. Results should be adequately controlled for potential confounders by multivariate analysis (not applicable for RCTs)
  6. Quality of individual studies should be assessed using a quality scoring tool or checklist (Jadad score, Newcastle-Ottawa scale, risk of bias table etc.)
  7. Clinical and statistical heterogeneity should be assessed; clinical: enough similarities in patient characteristics, intervention and definition of outcome measure to allow pooling? For pooled data: assessment of statistical heterogeneity using appropriate statistical tests (e.g. Chi-square, I2)?
  8. An assessment of publication bias should include a combination of graphical aids (e.g., funnel plot, other available tests) and/or statistical tests (e.g., Egger regression test, Hedges-Olken). Note: If no test values or funnel plot included, score “no”. Score “yes” if mentions that publication bias could not be assessed because there were fewer than 10 included studies.
  9. Sources of support (including commercial co-authorship) should be reported in both the systematic review and the included studies. Note: To get a “yes,” source of funding or support must be indicated for the systematic review AND for each of the included studies.

 

Risk of bias table for intervention studies (randomized controlled trials)

 

Research question: What is the effectiveness of glucocorticoids in hand osteoarthritis?

Study

Random sequence generation

Allocation concealment

Blinding of participants and personnel

Blinding of outcome assessment

Incomplete outcome data

Selective reporting

Other bias

Overall

Comments

(Kroon et al., 2019)

L

L

L

L

L

L

L

L

-

(Kvien et al., 2008)

U

U

L

U

L

L

L

L

Method of randomisation and blinding of outcome assessor not described.

(Wenham et al., 2012)

L

L

L

L

L

L

L

L

-

 

 

 

Table of excluded studies

Author and year

Reason for exclusion

Hermann, et al. (2018)

Narrative review

Kiltz, et al. (2017

Wrong population

Kolasinski, et al. (2020)

Different interventions

Lems (2020)

Narrative review

Lue, et al. (2017)

Review, same studies included as EULAR recommendations

Simon, A. (2020)

German language

Slomski, A. (2020)

Narrative review

Veronese, et al. (2020)

Review, same studies included as EULAR recommendations

 

Autorisatiedatum en geldigheid

Laatst beoordeeld  : 30-11-2022

Laatst geautoriseerd  : 30-11-2022

Geplande herbeoordeling  :

Initiatief en autorisatie

Initiatief:
  • Nederlandse Vereniging voor Reumatologie
Geautoriseerd door:
  • Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie
  • Nederlandse Orthopaedische Vereniging
  • Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie
  • Nederlandse Vereniging voor Reumatologie
  • Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland
  • Ergotherapie Nederland
  • Nationale Vereniging ReumaZorg Nederland
  • Poly-Artrose Lotgenoten Vereniging

Algemene gegevens

De ontwikkeling/herziening van deze richtlijnmodule werd ondersteund door de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie en werd gefinancierd uit de Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS).

 

De financier heeft geen enkele invloed gehad op de inhoud van de richtlijnmodule.

Samenstelling werkgroep

Voor het ontwikkelen van de richtlijnmodule is in 2020 een multidisciplinaire werkgroep ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van alle relevante specialismen (zie hiervoor de Samenstelling van de werkgroep) die betrokken zijn bij de zorg voor patiënten met handartrose.

 

De werkgroepleden zijn door hun beroepsvereniging gemandateerd voor deelname. De werkgroep is verantwoordelijk voor de integrale tekst van deze richtlijn.

 

Werkgroep

  • Dr. W.Y. (Wing-Yee) Kwok, reumatoloog, Rijnstate, NVR (voorzitter)
  • A. (Anda) Alkadrie, patiëntvertegenwoordiger, P-AL
  • Dr. J. (Jessica) Bijsterbosch, reumatoloog, Amphia Ziekenhuis, NVR
  • Dr. C.H.M. (Els) van den Ende, senior onderzoeker, Sint Maartenskliniek, KNGF
  • Prof. dr. G. (Margreet) Kloppenburg, reumatoloog, LUMC, NVR
  • Dr. F. P. B. (Féline) Kroon, reumatoloog in opleiding, Zuyderland, NVR
  • D. (Diana) Lewinski, patiëntvertegenwoordiger, RZN
  • Dr. E. A. M. (Elien) Mahler, reumatoloog en epidemioloog, Sint Maartenskliniek, NVR
  • Prof. dr. M.J.P.F. (Marco) Ritt, plastisch chirurg, Amsterdam UMC, locatie AMC, NVPC
  • Dr. N. (Naghmeh) Riyazi, reumatoloog, internist, Haga Ziekenhuis, NVR
  • V. (Vanja) Rutten, ergotherapeut, handtherapeut, Samen praktijk voor ergotherapie, EN
  • K. (Kim) van Slingerland, MSc, verpleegkundig specialist, ErasmusMC, V&VN
  • Dr. A.J.H. (Anne) Vochteloo, orthopedisch chirurg, OCON Orthopedische kliniek Hengelo, NOV
  • Dr. R.M. (Robbert) Wouters, assistant professor/universitair docent, handtherapeut/fysiotherapeut (CHT-NL), ErasmusMC, KNGF

 

 

Met ondersteuning van

  • Dr. A.A.O.M. (Aniek) Claassen, senior beleidsmedewerker, NVR
  • Dr. M. (Myrthe) van Vilsteren, senior beleidsmedewerker, NVR

 

Met dank aan

  • I. (Ingeborg) van Dusseldorp, literatuurspecialist
  • Dr. E. (Ekaterina) van Dorp, adviseur, Kennisinstituut van Medisch Specialisten

Belangenverklaringen

De Code ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling is gevolgd. Alle werkgroepleden hebben schriftelijk verklaard of zij in de laatste drie jaar directe financiële belangen (betrekking bij een commercieel bedrijf, persoonlijke financiële belangen, onderzoeksfinanciering) of indirecte belangen (persoonlijke relaties, reputatiemanagement) hebben gehad. Gedurende de ontwikkeling of herziening van een module worden wijzigingen in belangen aan de voorzitter doorgegeven. De belangenverklaring wordt opnieuw bevestigd tijdens de commentaarfase.

 

Een overzicht van de belangen van werkgroepleden en het oordeel over het omgaan met eventuele belangen vindt u in onderstaande tabel. De ondertekende belangenverklaringen zijn op te vragen bij het secretariaat van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten.

 

Werkgroeplid

Functie

Nevenfuncties

Gemelde belangen

Ondernomen actie

Wing-Yee Kwok

Reumatoloog, Rijnstate Arnhem

Lid ICT Klankbordgroep Rijnstate ziekenhuis, onbetaald / Lid ICT expertgroep Medisch specialisten Rijnstate ziekenhuis, onbetaald

Geen

Geen actie

Margreet Kloppenburg

Reumatoloog/hoogleraar Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC)

Bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie (NVR). Financiele vergoeding voor LUMC. / Bestuurslid Osteoarthritis Research Society International (OARSI), onbetaald.

  1. Consultancy/advies raden door Abbvie, Pfizer, Kiniksa, Flexion, Galapagos, Jansen, CHDR, Novartis, UCB. Financiële vergoeding voor LUMC.
  2. APPROACH: Apllied Public-Private Research enabling OsteoArthritis Clinical Headway (Innovative Medicine Initiative (IMI) project)  /  ReumaNederland
  3. Co-auteur van de UpToDate module over "Management of hand osteoarthritis". / "Convenor" van de task force van de European League Against Rheumatism (EULAR) voor de ontwikkeling van de "2018 Update of the EULAR recommendations for the pharmacological and non-pharmacological treatment of hand osteoarthritis". / "Convenor" van de task force van de EULAR voor de ontwikkeling van nieuwe klassificatie criteria voor handartrose.
  4. Betrokken bij de opzet, uitvoering en analyse van de HOPE studie

1-3. Geen actie

4.exclusie participatie als trekker opstellen aanbeveling voor een bepaald onderwerp (werkgroeplid mag bespreken en stemmen voor aanbeveling, maar niet trekker zijn)

 

Elien Mahler

Reumatoloog-epidemioloog Sint Maartenskliniek Nijmegen

Geen

Geen

 

Geen actie

Nagmeh Riyazi

Reumatoloog, internist, Hagaziekenhuis

Geen

Geen

Geen actie

Jessica Bijsterbosch

Reumatoloog, Amphia Ziekenhuis

Geen

Geen

Geen actie

Féline Kroon

AIOS reumatologie (momenteel vooropleiding interne geneeskunde) in Zuyderland medisch centrum (0,8fte)

Onderzoeker, afdeling reumatologie, Leids Medisch Centrum (onbetaald)

Betrokken bij de opzet, uitvoering en analyse van de HOPE studie

exclusie participatie als trekker opstellen aanbeveling voor een bepaald onderwerp (werkgroeplid mag bespreken en stemmen voor aanbeveling, maar niet trekker zijn)

 

Marco Ritt

staflid afd. Plastische, Reconstructieve en Handchirurgie Amsterdam UMC, hoogleraar Plastische Chirurgie, i.h.b. de Handchirurgie, locatie AMC 0,6 fte.  Tevens 0,2 fte werkzaam in The Hand Clinic als hand- en polschirurg.

Ik verricht expertises, betaald

Geen

Geen actie

Anne Vochteloo

Orthopedisch (hand) chirurg, OCON Orthopedische Kliniek Hengelo

Onbetaald: secretaris bestuur Nederlandse Vereniging voor Handchirurgie / penningmeester werkgroep Hand Pols NOV

Geen

Geen actie

Robbert Wouters

Postdoctoraal onderzoeker ErasmusMC Rotterdam (afdeling Plastische chirurgie & revalidatiegeneeskunde, handchirurgie en -revalidatie) / Research Fellow ICHOM, standard set adult Hand & Wrist conditions / Handfysiotherapeut CHT-NL

Onbetaald: bestuurslid Nederlandse vereniging voor Handtherapie, eindredacteur Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie

Betrokken bij meerdere onderzoeken omtrent de (kosten-)effectiviteit van oefentherapie in aanvulling op spalktherapie bij patiënten met duimbasisatrose (bijv. THETA study)

exclusie participatie als trekker opstellen aanbeveling voor een bepaald onderwerp (werkgroeplid mag bespreken en stemmen voor aanbeveling, maar niet trekker zijn)

 

Els van den Ende

Senioronderzoeker Sint Maartenskliniek, afdeling Research (1,0fte)

Lid bestuur NHPR (onbetaald) / Redactielid Nederlands Tijdschrift voor Reumatologie (onbetaald) / Convenor Online Course dor Health Professionals (onbetaald)

Geen

Geen actie

Vanja Rutten

Ergotherapeut, handtherapeut en mede eigenaar van Samen, praktijk voor ergotherapie. / Ergotherapeut afdeling reumatologie ambulate zorg Leids Medisch Centrum (stopt per 15 maart 2020). / Onderzoeks assisstent bij het Radboud Universitair Medisch Centrum (onderzoek: Life Balance)

Geen

Geen

Geen actie

Kim van Slingerland

Verpleegkundig specialist, Erasmus MC

Bestuurslid V&VN reumatologie, lid werkgroep derskundigheidsbevordering V&VN reumatologie

Geen

Geen actie

Diana Lewinski

Patiëntvertegenwoordiger

Patiëntpartner en bestuurslid bij Nationale Vereniging ReumaZorg Nederland (onbetaald)

Geen

Geen actie

Anda Alkadrie

Patiëntvertegenwoordiger

bestuurslid Poly-Artrose Lotgenoten (P-AL)

Geen

Geen actie

Inbreng patiëntenperspectief

Er werd aandacht besteed aan het patiëntenperspectief door afgevaardigden van twee patiëntenverenigingen in de werkgroep. De conceptrichtlijn is tevens voor commentaar voorgelegd aan de patiëntenverenigingen Nationale Vereniging ReumaZorg Nederland en Poly-Artrose Lotgenoten Vereniging en de eventueel aangeleverde commentaren zijn bekeken en verwerkt.

Werkwijze

AGREE

Deze richtlijnmodule is opgesteld conform de eisen vermeld in het rapport Medisch Specialistische Richtlijnen 2.0 van de adviescommissie Richtlijnen van de Raad Kwaliteit. Dit rapport is gebaseerd op het AGREE II instrument (Appraisal of Guidelines for Research & Evaluation II; Brouwers, 2010). Bij deze richtlijn is er sprake van een versnelde adaptatie van een internationale richtlijn naar de Nederlandse praktijk. Daarvoor zijn de stappen gevolgd conform het advies “Adapteren van internationale richtlijnen naar de Nederlandse praktijk” (RK-17.07.07, bijlage bij adviesrapport ‘Adapteren van internationale richtlijnen naar de Nederlandse praktijk. Opgesteld door de adviescommissie richtlijnen, en vastgesteld op 27 juni 2017).

 

Knelpuntenanalyse en uitgangsvragen

In het kader van een versnelde adaptatie is een knelpuntenanalyse niet uitgevoerd.

De werkgroep beoordeelde de uitgangsvragen en aanbeveling(en) uit de internationale richtlijnmodule (European Alliance of Associations for Rheumatology (EULAR), 2018) op noodzaak tot update.

 

Uitkomstmaten

Relevante uitkomstmaten werden overgenomen zoals geformuleerd in de internationale richtlijn.

 

Methode literatuursamenvatting

Een uitgebreide beschrijving van de strategie voor zoeken en selecteren van literatuur en de beoordeling van de risk-of-bias van de individuele studies is te vinden onder ‘Zoeken en selecteren’ onder Onderbouwing. Deze beschrijving en beoordeling zijn overgenomen van de internationale richtlijn, en waar nodig aangevuld met nieuwe studies die geselecteerd zijn bij het updaten van desbetreffende richtlijnmodules. De beoordeling van de kracht van het wetenschappelijke bewijs wordt hieronder toegelicht.

 

Beoordelen van de kracht van het wetenschappelijke bewijs

Indien aanwezig in de internationale richtlijn werd de kracht van bewijs overgenomen. De kracht van het wetenschappelijke bewijs voor nieuwe modules werd bepaald volgens de GRADE-methode. GRADE staat voor ‘Grading Recommendations Assessment, Development and Evaluation’ (zie http://www.gradeworkinggroup.org/). De basisprincipes van de GRADE-methodiek zijn: het benoemen en prioriteren van de klinisch (patiënt) relevante uitkomstmaten, een systematische review per uitkomstmaat, en een beoordeling van de bewijskracht per uitkomstmaat op basis van de acht GRADE-domeinen (domeinen voor downgraden: risk of bias, inconsistentie, indirectheid, imprecisie, en publicatiebias; domeinen voor upgraden: dosis-effect relatie, groot effect, en residuele plausibele confounding).

 

GRADE onderscheidt vier gradaties voor de kwaliteit van het wetenschappelijk bewijs: hoog, redelijk, laag en zeer laag. Deze gradaties verwijzen naar de mate van zekerheid die er bestaat over de literatuurconclusie, in het bijzonder de mate van zekerheid dat de literatuurconclusie de aanbeveling adequaat ondersteunt (Schünemann, 2013; Hultcrantz, 2017).

 

GRADE

Definitie

Hoog

  • er is hoge zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • het is zeer onwaarschijnlijk dat de literatuurconclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Redelijk

  • er is redelijke zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • het is mogelijk dat de conclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Laag

  • er is lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • er is een reële kans dat de conclusie klinisch relevant verandert wanneer er resultaten van nieuw grootschalig onderzoek aan de literatuuranalyse worden toegevoegd.

Zeer laag

  • er is zeer lage zekerheid dat het ware effect van behandeling dichtbij het geschatte effect van behandeling ligt;
  • de literatuurconclusie is zeer onzeker.

 

Bij het beoordelen (graderen) van de kracht van het wetenschappelijk bewijs in richtlijnen volgens de GRADE-methodiek spelen grenzen voor klinische besluitvorming een belangrijke rol (Hultcrantz, 2017). Dit zijn de grenzen die bij overschrijding aanleiding zouden geven tot een aanpassing van de aanbeveling. Om de grenzen voor klinische besluitvorming te bepalen moeten alle relevante uitkomstmaten en overwegingen worden meegewogen. De grenzen voor klinische besluitvorming zijn daarmee niet één op één vergelijkbaar met het minimaal klinisch relevant verschil (Minimal Clinically Important Difference, MCID). Met name in situaties waarin een interventie geen belangrijke nadelen heeft en de kosten relatief laag zijn, kan de grens voor klinische besluitvorming met betrekking tot de effectiviteit van de interventie bij een lagere waarde (dichter bij het nuleffect) liggen dan de MCID (Hultcrantz, 2017).

 

Overwegingen (van bewijs naar aanbeveling)

Om te komen tot een aanbeveling zijn naast (de kwaliteit van) het wetenschappelijke bewijs ook andere aspecten belangrijk. Zo worden aanvullende argumenten uit bijvoorbeeld de biomechanica of fysiologie, waarden en voorkeuren van patiënten, kosten (middelenbeslag), aanvaardbaarheid, haalbaarheid en implementatie meegewogen. Deze aspecten zijn systematisch vermeld en beoordeeld (gewogen) onder het kopje ‘Overwegingen’ en kunnen (mede) gebaseerd zijn op expert opinie. Hierbij is gebruik gemaakt van een gestructureerd format gebaseerd op het evidence-to-decision framework van de internationale GRADE Working Group (Alonso-Coello, 2016a; Alonso-Coello 2016b). Dit evidence-to-decision framework is een integraal onderdeel van de GRADE-methodiek.

 

Formuleren van aanbevelingen

De aanbevelingen geven antwoord op de uitgangsvraag en zijn gebaseerd op het beschikbare wetenschappelijke bewijs en de belangrijkste overwegingen, en een weging van de gunstige en ongunstige effecten van de relevante interventies. De kracht van het wetenschappelijk bewijs en het gewicht dat door de werkgroep wordt toegekend aan de overwegingen, bepalen samen de sterkte van de aanbeveling. Conform de GRADE-methodiek sluit een lage bewijskracht van conclusies in de systematische literatuuranalyse een sterke aanbeveling niet a priori uit, en zijn bij een hoge bewijskracht ook zwakke aanbevelingen mogelijk (Agoritsas, 2017; Neumann, 2016). De sterkte van de aanbeveling wordt altijd bepaald door weging van alle relevante argumenten tezamen. Gezien de huidige richtlijn een adaptatie is van een internationale richtlijn, zijn de aanbevelingen uit deze internationale richtlijn als uitgangspunt genomen. De werkgroep heeft op basis van overwegingen specifiek voor de Nederlandse praktijk en eventueel aanvullende literatuur, de aanbevelingen aangepast.

 

In de GRADE-methodiek wordt onderscheid gemaakt tussen sterke en zwakke (of conditionele) aanbevelingen. De sterkte van een aanbeveling verwijst naar de mate van zekerheid dat de voordelen van de interventie opwegen tegen de nadelen (of vice versa), gezien over het hele spectrum van patiënten waarvoor de aanbeveling is bedoeld. De sterkte van een aanbeveling heeft duidelijke implicaties voor patiënten, behandelaars en beleidsmakers (zie onderstaande tabel voor enkele voorbeelden). Een aanbeveling is geen dictaat, zelfs een sterke aanbeveling gebaseerd op bewijs van hoge kwaliteit (GRADE gradering HOOG) zal niet altijd van toepassing zijn, onder alle mogelijke omstandigheden en voor elke individuele patiënt.

 

Implicaties van sterke en zwakke aanbevelingen voor verschillende richtlijngebruikers

 

Sterke aanbeveling

Zwakke (conditionele) aanbeveling

Voor patiënten

De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen en slechts een klein aantal niet.

Een aanzienlijk deel van de patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak kiezen, maar veel patiënten ook niet. 

Voor behandelaars

De meeste patiënten zouden de aanbevolen interventie of aanpak moeten ontvangen.

Er zijn meerdere geschikte interventies of aanpakken. De patiënt moet worden ondersteund bij de keuze voor de interventie of aanpak die het beste aansluit bij zijn of haar waarden en voorkeuren.

Voor beleidsmakers

De aanbevolen interventie of aanpak kan worden gezien als standaardbeleid.

Beleidsbepaling vereist uitvoerige discussie met betrokkenheid van veel stakeholders. Er is een grotere kans op lokale beleidsverschillen. 

 

Organisatie van zorg

Meer algemene, overkoepelende, of bijkomende aspecten van de organisatie van zorg die opgenomen zijn in de internationale richtlijn worden behandeld in de module Organisatie van zorg.

 

Commentaar- en autorisatiefase

De conceptrichtlijnmodule werd aan de betrokken (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd ter commentaar. De commentaren werden verzameld en besproken met de werkgroep. Naar aanleiding van de commentaren werd de conceptrichtlijnmodule aangepast en definitief vastgesteld door de werkgroep. De definitieve richtlijnmodule werd aan de deelnemende (wetenschappelijke) verenigingen en (patiënt) organisaties voorgelegd voor autorisatie en door hen geautoriseerd dan wel geaccordeerd.

Zoekverantwoording

Zoekacties zijn opvraagbaar. Neem hiervoor contact op met de Richtlijnendatabase.

Volgende:
Chirurgische interventies